2004 Vlaanderen.

Het reisschema hebben we afgestemd op het getij van de Schelde. We hebben ervoor gezorgd dat we altijd ’s morgens hoog- of laagwater hadden zodat we overdag een traject konden afleggen. De eerste week hebben we rondje Oosterschelde gedaan en het themapark Neetje Jans bezocht. Op de Oosterschelde hebben we vlakbij de boot een bruinvis (klein soort dolfijn) drie keer boven water zien komen.


De route naar Antwerpen ging op de heenreis via het Rijn-Scheldekanaal en terug via de Westerschelde.Om Antwerpen binnen te komen moet je in het bezit zijn van een Financieel Dienstnummer voor het betalen van havengeld. Bij binnenkomen en verlaten van de haven moet je via de marifoon melden. Doe je dat niet dan krijg je, zoals wij, een reprimande. Wij hadden bij het binnenvaren via het Rijn-Scheldekanaal ons niet aangemeld. Bij het verlaten via de Royersluis kwamen ze daar achter.



Op de terugreis kregen we, tijdens het wachten voor de Royersluis, controle van de scheepvaartpolitie. De papieren en veiligheidsuitrusting werden gecontroleerd. Later hoorde ik van een medewatersporter dat ze soms ook controleren of je de meest actuele kaart van de Westerschelde wel aan boord heb.



Als je overnacht in de jachthaven Willemdok hoef je geen havengeld (voor de haven Antwerpen) te betalen. In de jachthaven is gelegenheid om rode diesel te tanken. Als je pas bij vertrek wil tanken moet rekening houden met een wachtrij. Bij vertrekben je afhankelijk van de openingstijden brug. Je bent dus niet de enige die voor vertrek nog even wil tanken. Wij hebben in het verleden hierdoor een brugopening gemist.

Vlakbij de jachthaven ligt het lichtschip West Hinder uit 1950 die je gratis kan bezichtigen.


"Binnenkant" van de getijsluis Merelbeke.Foto © Kurt van Maldegem

Varen over de beneden Schelde is een hele belevenis. Van Antwerpen naar Wintam kregen we waarschijnlijk een stuk plastic in de schroef. De vaart ging eruit en de stuurketting begon te trillen. Gelukkig verdween het euvel door met de hand de schroefas linksom te draaien (in zijn achteruit). Van Gent naar Antwerpen kan je in één keer doorvaren indien je rekening houdt met het getij. We waren 1,5 uur voor hoog water uit de getijsluis Merelbeke vertrokken.

Eerst stroom tegen en daarna het volle tij stroom mee. Je moet goed opletten en altijd de buiten bocht aanhouden. De vaargeul is niet bebakend. Gemiddeld was de diepte 6 m. Eén keer kreeg ik het benauwd toen ik de dieptemeter zag teruglopen naar 2 m. Ik was op een recht stuk de vaargeul kwijt geraakt. Gelukkig bleef hij op 1,8 m steken en kwamen we niet met vallend water vast te liggen. We zullen niet de eerste zijn die vastloopt. Af en toe waren er neren die de boot een lichte slagzij bezorgde. Na 7,5 uur varen lagen we in de Royersluis.



De doorvaart door Tournai wordt geregeld door een wachtpost met verkeerslichten. Via het kanaal Bossuit-Kortrijk kan men van de bovenschelde naar de Leie. Je vaart over een heuvelrug heen. Eerst ga je via twee grote sluizen omhoog en daarna via één grote en drie kleine spitssluizen weer omlaag. In de kleine spitssluizen kunnen net drie motorjachten van 9 meter. De laatste sluis eindigt in de Leie waar de doorvaart met verkeerslichten wordt geregeld. De sluismeester vraagt aan de wachtpost of je mag uitvaren. Van te voren moet je opgeven of je naar de nabij gelegen  jachthaven in Kortrijk wil. Bij vertrek uit de jachthaven moet je via de marifoon of praatpaal om toestemming vragen om te vertrekken.



Bij de havenuitgang staat een verkeerslicht die aangeeft wanneer de doorvaart voor jouw richting vrij is.Het samen schutten met de beroepsvaart gaat niet altijd prettig. Ondanks het verbod hebben ze altijd de schroef aan en maar één lijn voor vast. Één keer ging het fout. Voordat de sluismeester onze lange lijnen met een haak opgepakt en vastgelegd had lagen we gedraaid in de sluis. Één sluismeester presteerde het zelfs om onze voor- en achterlijnen op één bolder voor vast te leggen. Gelukkig was er een trap in de buurt van het achterschip om die vast te grijpen. Het wordt anders wel moeilijk om de boot gestrekt langs de sluismuur te houden.

De vaartocht naar Brugge en het bezoek ervan is zeer de moeite waard. Bij jachthaven Flandria lig je op loopafstand van de stad. Wel bij aankomst twee keer "trompen" zodat de havenmeester je  naar een vrije ligplaats kan begeleiden.



In Gent kan je met je bijboot zelf een rondvaart door de grachten maken. Zelfs onder een lange tunnel door.